Maak benchmarkbewijs de toegangspoort tot een agentworkflow

De beslisregel: eerst een toetsbare taak, dan meer autonomie
Beperk de eerste proef tot één subtaak en bepaal vooraf welk resultaat bruikbaar is, welke fout tot stoppen leidt en wie het besluit neemt. De NIST-concepttekst ordent geautomatiseerde benchmarkevaluaties rond het definiëren van evaluatiedoelen en benchmarks, het uitvoeren van evaluaties en het analyseren en rapporteren van resultaten. Dat geeft een bruikbare volgorde voor een interne proef, maar geen bewijs dat een bepaalde agent beter presteert in drug discovery. Een demo kan aanleiding zijn om te testen; zij is op zichzelf geen grond om autonomie uit te breiden.
Beoordeel ook de meetlat achter de score
Een score zegt alleen iets binnen de gekozen benchmark. Stanford presenteert een kader om de kwaliteit van AI-benchmarks te beoordelen en scoort daar 24 benchmarks tegen af. Dezelfde passage stelt dat de kwaliteit van benchmarks tot dusver slechts beperkt systematisch is onderzocht. Vraag dus vóór een besluit of de testtaak het werkelijke doel benadert, welke relevante fouten ontbreken en hoe de uitslag wordt geïnterpreteerd. De passages bieden geen drempelwaarde, modelvergelijking of uitspraak over klinische, chemische of commerciële toepasbaarheid.

Leg de proef vast op één evaluatiekaart
Gebruik voor elke subtaak deze evaluatiekaart: Leg per subtaak vast: beoogde uitkomst, gekozen benchmark, relevante foutgrens, menselijke beoordelaar, rapportagemoment en besluit over uitbreiding.
Wat deze proef wel en niet onderbouwt
De aangeleverde passages gaan over benchmarkevaluatie en -kwaliteit; zij leveren geen bewijs dat een specifieke agentworkflow, benchmarkscore of werkwijze in drug discovery tot betere wetenschappelijke, klinische of commerciële resultaten leidt. Behandel de kaart daarom als een interne werkvorm om een besluit traceerbaar te maken, niet als een gevalideerd protocol. Pas uitbreiding van autonomie toe wanneer de vooraf vastgelegde uitkomst, foutgrens en menselijke beoordeling samen aanleiding geven; documenteer ook wanneer de proef onvoldoende antwoord geeft.



